ECLI:NL:GHAMS:2023:565
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huurverhoging geliberaliseerde woonruimte en wetswijziging
De zaak betreft een geschil over de huurprijs van een woning met een geliberaliseerde huurprijs. De verhuurder heeft een voorstel gedaan tot een aanzienlijke huurverhoging via een nieuwe huurovereenkomst, maar de huurders stemden niet in. De verhuurder vorderde daarop beëindiging van de huurovereenkomst bij de kantonrechter, die de vordering afwees vanwege een wetswijziging die deze vorm van huurverhoging tijdelijk verbiedt.
In hoger beroep bevestigt het hof deze beslissing. Het oordeelt dat de wetswijziging met onmiddellijke werking van kracht is en dat deze het recht van de verhuurder beperkt om via opzegging en nieuw aanbod de huurprijs te verhogen. De verhuurder kon niet rekenen op een uitzondering op het overgangsrecht, en het beroep op rechtszekerheid en eigendomsrecht faalt.
Daarnaast wijst het hof een subsidiaire vordering af om de huurprijs per 1 mei 2024 vast te stellen, omdat het op dit moment onzeker is of die huurprijs dan redelijk is en de wetgeving mogelijk verandert. De redelijkheid van het oorspronkelijke voorstel wordt niet meer beoordeeld. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de verhuurder in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst en huurprijsverhoging af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.