ECLI:NL:GHAMS:2023:548
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Huurrecht toebedeeld aan vrouw na echtscheiding wegens zwaarder belang
Partijen zijn in 2017 gehuwd en inmiddels gescheiden. De echtscheiding is uitgesproken en ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De vrouw heeft een meerderjarige zoon die bij haar woont en nog onder haar zorg valt. De man heeft drie meerderjarige kinderen en kampt met medische problemen, waaronder diabetes en hartklachten, waardoor hij niet goed trap kan lopen.
De man woont sinds 2015 in de woning en heeft de vrouw en haar zoon in huis genomen. Hij verblijft nu deels in een tijdelijk hotel zonder lift en deels in de woning. Hij heeft geen alternatieve woonruimte kunnen vinden en komt niet in aanmerking voor urgentie. De vrouw kan niet bij haar moeder intrekken vanwege medische omstandigheden van haar moeder en heeft ook geen netwerk om elders te verblijven.
Het hof overweegt dat het vinden van passende vervangende woonruimte voor beide partijen moeilijk is. Het belang van de vrouw weegt zwaarder omdat zij de zorg draagt voor haar zoon die nog op school zit en extra begeleiding nodig heeft. De man heeft een reëel vooruitzicht op een seniorenwoning en kan elders verblijven. Daarnaast ervaart de vrouw het verblijf van de man als belastend vanwege haar geloof en psychische gesteldheid.
Het hof wijst het verzoek van de man af om in de woning te blijven tot hij eigen woonruimte heeft en bekrachtigt de beschikking dat de vrouw huurder van de woning wordt. De belangenafweging leidt tot toewijzing van het huurrecht aan de vrouw.
Uitkomst: Het huurrecht van de woning wordt aan de vrouw toegewezen en het hoger beroep van de man wordt afgewezen.