ECLI:NL:GHAMS:2023:3711
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in strafzaak
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de beklagkamer die eerder een beslissing had genomen in een artikel 12 Sv Pro-procedure. Het wrakingsverzoek werd gedaan nadat de raadsheer in de hoofdzaak al een einduitspraak had gedaan.
De wrakingskamer overwoog dat op grond van artikel 512 en Pro 513 Sv een wrakingsverzoek alleen kan worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot wraking bekend zijn. Daarnaast is wraking alleen mogelijk indien er sprake is van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, wat uitzonderlijke omstandigheden vereist.
Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak werd ingediend, is het volgens de wet niet ontvankelijk. Ook het herstelverzoek dat verzoeker had ingediend en waar geen gevolg aan werd gegeven, verandert hier niets aan. De wrakingskamer besloot daarom het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en volstond met schriftelijke afdoening zonder zitting.
Uitkomst: Wrakingsverzoek na einduitspraak is niet-ontvankelijk verklaard.