ECLI:NL:GHAMS:2023:3487
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontbinding aannemingsovereenkomst en betaling facturen keukeninstallatie
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer over de aanneming van werk voor de installatie van een keuken. De opdrachtgever had de opdrachtnemer de toegang tot het werk ontzegd en een derde ingeschakeld om het werk af te maken. De kantonrechter had de overeenkomst ontbonden en de vorderingen van de opdrachtnemer afgewezen.
Het hof stelt vast dat de ontbinding op grond van artikel 7:756 lid 1 BW Pro niet van toepassing is, omdat op het moment van ontzegging het niet waarschijnlijk was dat de opdrachtnemer het werk niet tijdig of behoorlijk zou afmaken. De lange levertijd van onderdelen lag buiten de schuld van de opdrachtnemer en er was geen fatale termijn verstreken. De opdrachtgever was in schuldeisersverzuim door de opdrachtnemer niet toe te laten het werk af te maken.
Het hof wijst de vordering van de opdrachtnemer tot betaling van de facturen toe, verminderd met het reeds betaalde bedrag. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens niet voldoen aan wettelijke eisen, maar de wettelijke rente wordt toegewezen. De opdrachtgever wordt veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de opdrachtgever tot betaling van €5.565,44 plus wettelijke rente en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.