ECLI:NL:GHAMS:2023:3424
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep onbevoegdheid Nederlandse rechter bij verzoek ondercuratelestelling meerderjarige met verblijfplaats Duitsland
In deze zaak ging het om een verzoek tot ondercuratelestelling van een meerderjarige met ernstige psychische problematiek, waarbij de vraag speelde of de Nederlandse rechter bevoegd was om van het verzoek kennis te nemen. De betrokkene had zijn gewone verblijfplaats vóór het inleidend verzoek in Duitsland en verbleef tijdelijk in Nederland en Zuid-Afrika.
De kantonrechter had de Nederlandse rechter bevoegd verklaard en het verzoek afgewezen wegens onvoldoende noodzaak. Verzoekster ging in hoger beroep en wilde de betrokkene onder curatele laten stellen met zichzelf als curator.
Het hof oordeelde dat het commune internationaal privaatrecht geldt en dat het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000 (HVV 2000) analoog moet worden toegepast. Omdat de betrokkene op het moment van het verzoek zijn gewone verblijfplaats in Duitsland had, een verdragsstaat, kon de Nederlandse rechter geen rechtsmacht ontlenen aan het HVV 2000 of het nationale recht.
De Nederlandse rechter kon daarom niet bevoegd zijn en het hof vernietigde de bestreden beschikking en verklaarde zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot ondercuratelestelling omdat de betrokkene zijn gewone verblijfplaats in Duitsland had.