AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen valsheid in geschrift hypotheekfraude
Betrokkene is in eerste aanleg veroordeeld wegens meermalen medeplegen van valsheid in geschrift in de periode juli 2005 tot april 2006, waarbij valse arbeidsovereenkomsten en werkgeversverklaringen werden gebruikt voor het verkrijgen van hypothecaire leningen. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €42.718,25 en legde een betalingsverplichting op.
In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €48.135,75. Het hof baseert zich op een vergelijking tussen de illegale situatie (werkelijke verkoopsommen minus kosten) en een hypothetische legale situatie (taxatiewaarden plus prijsstijging minus realistische courtage en notariskosten). De helft van het verschil in winst wordt aan betrokkene toegerekend.
De verdediging voerde niet-ontvankelijkheid in verband met overschrijding van de redelijke termijn en betwistte de hoogte van het voordeel, onder meer vanwege loonkosten. Het hof verwierp deze verweren, oordeelde dat de overschrijding reeds in de strafzaak was gecompenseerd en dat de loonkosten niet in mindering konden worden gebracht.
Betrokkene gaf onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie om matiging van de betalingsverplichting te rechtvaardigen. Het hof legde daarom de ontnemingsverplichting van €48.135,75 op en bepaalde de maximale gijzelingstermijn op 962 dagen.
Uitkomst: Betrokkene is veroordeeld tot ontneming van €48.135,75 wegens medeplegen valsheid in geschrift.
Voetnoten
1.Een proces-verbaal met rapportnummer PL17R3-127/2010, zijnde het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (ex artikel 36e lid 2 Sr) van 25 oktober 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door een bevoegde opsporingsambtenaar (hierna: het ontnemingsrapport).
2.Een proces-verbaal met nummer PL17R3-127/2010 van 11 februari 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door een bevoegde opsporingsambtenaar, inclusief de bijlagen met gegevens van [bedrijf03] NV.
3.Een geschrift, zijnde een verkort rapport inzake [adres06] van [naam01] , [naam02] & [naam03] van 6 februari 2006.
4.Ontnemingsrapport, pagina’s 18-41.
5.Ontnemingsrapport, pagina’s 42-48.
6.Ontnemingsrapport, pagina 50, par. 5.4.3.
7.Een proces-verbaal met nummer PL17R3-127/2010 van 11 februari 2013, in de wettelijke vorm opgemaakt door een bevoegde opsporingsambtenaar, inclusief de bijlagen met gegevens van [bedrijf03] NV, dossierpagina’s 242-245 ( [adres04] en [adres05]), 246-250 ( [adres07] ), 261-265 ( [adres03] ) en 275-278 ( [adres02] ).
8.Een geschrift, zijnde een verkort rapport inzake [adres06] van [naam01] , [naam02] & [naam03] van 6 februari 2006.
9.Ontnemingsrapport, pagina 50, par. 5.4.3.
10.De schriftelijke verklaring van [medeverdachte01] van 20 januari 2017, voorgehouden door de voorzitter ter terechtzitting in eerste aanleg van 6 april 2017 en opgenomen in het proces-verbaal van die terechtzitting. Zie ook bewijsmiddel 10 van het hof in het arrest in de strafzaak tegen de betrokkene van 9 februari 2023.
11.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 6 april 2017 en opgenomen in het proces-verbaal van die terechtzitting. Zie ook bewijsmiddel 13 van het hof in het arrest in de strafzaak tegen de betrokkene van 9 februari 2023.