Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
“• Je doet een voorstel voor een winstdelingsregeling voor het management.”
3.Beoordeling
€ 54.281,00 (wegens door [appellante] geleden schade als gevolg van voormelde eigenmachtige overboeking) en € 90.000,00 (wegens voormelde geldlening), beide met rente, en [geïntimeerde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het door [appellante] meer of anders gevorderde is afgewezen. In reconventie heeft de kantonrechter de vorderingen van [geïntimeerde] afgewezen en hem tot betaling van de proceskosten, vastgesteld op nihil, veroordeeld.
De kantonrechter heeft in de WWZ-beschikking voorts – samengevat – overwogen (rov 2.12) dat niet is gebleken dat [geïntimeerde] recht had op betaling van de premies, en (rov 2.13) dat de stelling van [geïntimeerde] dat er wel overleg is geweest over de overboeking (en dus, zo begrijpt het hof, dat van ‘eigenmachtig’ overmaken geen sprake was) onvoldoende is onderbouwd.
toestemminghad van [appellante] / [naam 1] om een bedrag van € 135.000,00 naar zichzelf over te maken. In het licht, voorts, van de omstandigheid dat hij niet heeft aangevoerd dat artikel 6:162 BW Pro toepassing mist omdat van het bepaalde in artikel 7:661 lid 1 BW Pro dient te worden uitgegaan, heeft [geïntimeerde] niet althans onvoldoende duidelijk gegriefd tegen het oordeel van de kantonrechter dat de onderhavige eigenmachtige overboeking als onrechtmatig moet worden gekwalificeerd.