ECLI:NL:GHAMS:2023:2935
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over echtscheiding, huurrecht woning, hoofdverblijfplaats kinderen en zorgkostenbijdrage
Partijen zijn gehuwd in Marokko in 2014 en in Nederland in 2018 onder huwelijkse voorwaarden. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren. Na beëindiging van de relatie in 2021 is een birdnestingregeling overeengekomen waarbij de kinderen de helft van de tijd bij elke ouder verblijven. De rechtbank wees de echtscheiding uit 2014 toe, bepaalde het huurrecht van de echtelijke woning aan de moeder en stelde de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar vast. Tevens werd een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vastgesteld.
De vader kwam in hoger beroep tegen de echtscheiding, het huurrecht en de hoofdverblijfplaats, en verzocht om een bijdrage in de zorgkosten van de moeder. De moeder stelde incidenteel hoger beroep in en verzocht eveneens om een bijdrage van de vader. Het hof oordeelde dat de vader niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep tegen de echtscheiding, bekrachtigde het huurrecht aan de moeder en de hoofdverblijfplaats bij haar. Het hof stelde de bijdrage van de moeder aan de vader in de zorgkosten vast op €62 per kind per maand, rekening houdend met de draagkracht van beide ouders.
Verder werd de verdeling van de inboedel geregeld overeenkomstig het voorstel van de vader, en werden verzoeken tot voorlopige voorzieningen over het gebruik van de woning toegewezen aan de moeder. De vader werd bevolen de woning binnen veertien dagen te verlaten. De rechtbankkosten werden op de gebruikelijke wijze gecompenseerd. Het hof benadrukte het belang van een werkbare co-ouderschapsrelatie en de betrokkenheid van beide ouders bij de kinderen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het huurrecht en de hoofdverblijfplaats bij de moeder, stelt de bijdrage in zorgkosten vast op €62 per kind per maand en regelt de verdeling van de inboedel.