ECLI:NL:GHAMS:2023:27
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij weigering ademanalyse
De zaak betreft een hoger beroep tegen de vrijspraak door de politierechter van een verdachte die werd verdacht van het weigeren van medewerking aan een ademanalyse op 28 augustus 2021 te Badhoevedorp. Het openbaar ministerie vorderde een geldboete, hechtenis en ontzegging van de rijbevoegdheid.
De advocaat-generaal stelde dat voor het strafbare feit geen opzet vereist is, terwijl de verdediging betoogde dat opzet wel noodzakelijk is. Het hof oordeelde dat het weigeren van de ademanalyse enkel strafbaar is indien sprake is van opzet, conform eerdere rechtspraak (ECLI:NL:HR:2007:AZ6664).
Uit het dossier en het proces-verbaal bleek onvoldoende concreet bewijs dat de verdachte opzettelijk weigerde mee te werken. Ondanks instructies kon de verdachte geen goed ademmonster produceren, maar dit was niet gelijk te stellen aan opzettelijke weigering.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van het tenlastegelegde. Hiermee werd bevestigd dat het ontbreken van opzet tot vrijspraak leidt bij weigering van een ademanalyse.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijke weigering van de ademanalyse.