Uitspraak
Onderzoek van de zaak
19 december 2022 en 12 januari 2023, en overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden en een schadevergoeding aan de benadeelde partij.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs aangepast door het proces-verbaal van verhoor te vervangen door een bekennende verklaring van de verdachte. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder psychische en verslavingsproblematiek, werden meegewogen, evenals het feit dat hij niet voldeed aan de voorwaarden van de geschorste voorlopige hechtenis.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €286, bestaande uit materiële schade voor het ophalen van spullen en het leegrijden van een autootank. Het hof oordeelde dat er geen reden was om af te wijken van het vonnis in eerste aanleg en bevestigde zowel de straf als de schadevergoeding.
De verdachte kreeg meerdere kansen om zijn situatie te verbeteren, maar maakte hier geen gebruik van. Het hof achtte dit reden om de opgelegde straf te handhaven zonder vermindering.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 januari 2023.
Uitkomst: Gevangenisstraf van 20 maanden en schadevergoeding van €286 bevestigd.