ECLI:NL:GHAMS:2023:2529
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- R.D. van Heffen
- A.P.M. van Rijn
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na strafzaak zonder strafoplegging
In deze zaak verzocht de verzoeker om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand en reiskosten gemaakt in een strafzaak die zonder oplegging van straf of maatregel werd afgesloten. Het verzoek betrof een bedrag van ruim 1,66 miljoen euro, inclusief kosten voor de strafzaak zelf, reiskosten en kosten van de verzoekschriftprocedure.
Het hof nam kennis van het standpunt van de advocaat-generaal en de toelichting van de advocaten van verzoeker. Hoewel de advocaat-generaal adviseerde het bedrag te matigen vanwege het hoge aantal gedeclareerde uren en het voeren van ontvankelijkheidsverweren die door het hof werden gepasseerd, oordeelde het hof dat deze argumenten onvoldoende waren voor matiging. Het hof benadrukte de terughoudendheid bij toetsing van declaraties vanwege het recht op vrije advocatenkeuze.
Gelet op de duur, omvang, complexiteit en context van de strafprocedure vond het hof de kosten niet bovenmatig of onredelijk. Het hof wees het verzoek toe en kende een vergoeding toe van € 1.661.145,90, inclusief reiskosten en kosten van de verzoekschriftprocedure. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 25 oktober 2023.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van € 1.661.145,90 voor kosten rechtsbijstand en reiskosten toegekend.