De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal van een grote hoeveelheid klapkratten bij een landbouwbedrijf, gepleegd met braak. Het hof bevestigt de bewezenverklaring van het feit, waarbij de verdachte samen met twee anderen 7200 kratten stal, die een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen vanwege het statiegeld. De inbraak vond op brutale wijze midden in de nacht plaats, wat aanzienlijke schade en maatschappelijke onrust veroorzaakte.
In hoger beroep vernietigt het hof de strafoplegging van de rechtbank en legt een nieuwe straf op. Gelet op de ernst van het feit en de maatschappelijke impact acht het hof een gevangenisstraf passend. Tegelijkertijd houdt het hof rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van het feit, zijn positieve gedragsontwikkeling, werk als dakdekker en het feit dat hij inmiddels een eigen woning heeft.
Daarom wordt een gevangenisstraf van drie maanden geheel voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uur. Het hof benadrukt het belang van het behoud van werk en woonruimte van de verdachte, maar acht een geheel voorwaardelijke straf onvoldoende gezien de ernst van het delict.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 24 oktober 2023, waarbij het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 18 augustus 2022 wordt bevestigd behalve ten aanzien van de strafoplegging.