Het gerechtshof Amsterdam heeft op 26 september 2023 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 januari 2020. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank bevestigd en de strafmotivering aangevuld. De advocaat-generaal had eenzelfde straf geëist, met toevoeging van een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel, maar het hof vond dit niet noodzakelijk omdat niet was gebleken dat de verdachte na het vonnis contact had gezocht met het slachtoffer.
Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan drie jaar, maar verbond hieraan geen gevolgen vanwege de aard van de opgelegde geheel voorwaardelijke straf. De bewijsmiddelen werden aangepast in een bijlage bij het arrest. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.