ECLI:NL:GHAMS:2023:2039
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vader niet-ontvankelijk in hoger beroep omgangsregeling, informatieregeling vastgesteld
De vader en moeder zijn gescheiden ouders van een minderjarige geboren in 2014. Na beëindiging van het gezamenlijk gezag kreeg de moeder eenhoofdig gezag en werd omgang van de vader met het kind geregeld, aanvankelijk begeleid en later uitgebreid tot omgangen in weekenden en vakanties. De minderjarige was onder toezicht gesteld tot november 2022. Sinds april 2022 is de vader gedetineerd wegens ernstige geweldsdelicten.
De vader kwam in hoger beroep tegen de ontzegging van omgang, verzocht om omgang tijdens detentie en belcontacten. De moeder verzocht om niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep en stelde een informatieregeling voor. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het hof de beschikking te bekrachtigen vanwege de instabiliteit van de omgang en de noodzaak van behandeling voor het kind en vader.
Tijdens de mondelinge behandeling trok de vader zijn hoger beroep in, mede vanwege het belang van het kind en het advies van de raad. Het hof verklaarde hem daarop niet-ontvankelijk. In incidenteel hoger beroep stelde het hof een informatieregeling vast waarbij de moeder vier keer per jaar schriftelijk informeert over het kind, inclusief een recente foto, en de vader zijn verblijfplaats in de PI aan de moeder verstrekt.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en beoogt stabiliteit en bescherming van het welzijn van het kind, terwijl het contact met de vader via informatievoorziening wordt gewaarborgd.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en het hof stelt een informatieregeling vast waarbij de moeder vier keer per jaar schriftelijk informeert over het kind.