Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,
1.de vennootschap naar buitenlands rechtLUGERA & MAKLER TEMPS S.R.O,
- EEX-verordening nr. 1215/2012 (‘Brussel I-bis’): Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken;
- Wet AVV: Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
- WagwEU; Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie;
- Rv: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- WML: Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
- WAADI: Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs
1.Het geding in hoger beroep
- i) het bestreden vonnis zal vernietigen;
- ii) Lugera primair zal veroordelen tot naleving van de cao voor Uitzendkrachten en de cao Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche indien en voor zover deze algemeen verbindend zijn verklaard, subsidiair tot naleving van de in artikel 68 juncto Pro bijlage IV genoemde bepalingen van de - naar het hof begrijpt: - cao voor Uitzendkrachten indien en voor zover deze algemeen verbindend is verklaard, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- iii) [geïntimeerden] hoofdelijk zal veroordelen tot nabetaling aan de betrokken werknemers van € 247.659,- met betaalbewijzen en specificaties op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- iv) [geïntimeerden] primair hoofdelijk zal veroordelen tot het verstrekken van de gegevens die benodigd zijn voor het berekenen van de materiële schadelast
- v) [geïntimeerden] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van € 60.493,- als schadevergoeding, met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;
- vi) over zal gaan tot afgifte van een certificaat in de zin van artikel 53 EEX Pro-Verordening, nr. 1215/2012 (Brussel I bis);
- vii) [geïntimeerden] hoofdelijk zal veroordelen in de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 4.012,07 inclusief btw, met wettelijke rente, alsmede de proceskosten in beide instanties, met wettelijke rente en nakosten.
- i) het bestreden vonnis zal vernietigen;
- ii) voor recht zal verklaren dat de ter beschikkingstelling door Lugera van Slowaakse werknemers bij de Nederlandse bedrijven zoals opgenomen in bijlage 16 van de inleidende dagvaarding gedurende de periode van 17 september 2013 tot en met 31 december 2014 kwalificeert als transnationale dienstverrichting als bedoeld in artikel 2 lid 6 van Pro de Wet AVV en de Wet WagwEU;
- iii) voor recht zal verklaren dat op de door Lugera in Nederland ter beschikking gestelde werknemers bij de Nederlandse opdrachtgevers zoals opgenomen in bijlage 16 van de inleidende dagvaarding de harde kernbepalingen zoals genoemd in artikel 2 lid 6 van Pro de Wet AVV en de WagwEU van toepassing zijn;
- iv) voor recht zal verklaren dat op de door Lugera in Nederland ter beschikking gestelde werknemers bij Nederlandse bedrijven zoals opgenomen in bijlage 16 van de inleidende dagvaarding de harde kernbepalingen zoals genoemd in artikel 2 lid 6 van Pro de Wet AVV en de WagwEU in relatie tot de algemeen verbindend verklaarde cao Open Teelten, cao Metaal en de cao Afbouw van toepassing zijn;
- v) [geïntimeerden] zal veroordelen tot naleving van de harde kernbepalingen - zoals genoemd in artikel 2 lid 6 van Pro de Wet AVV en de WagwEU – van de cao Open Teelten, de cao Metaal en de cao Afbouw indien en voor zover deze algemeen verbindend verklaard zijn vanaf 17 september 2013;
- vi) [geïntimeerden] zal veroordelen om vanaf 17 september 2013 (i) te verstrekken aan FNV correcte en inzichtelijke berekeningen van de materiële schadelast ten aanzien van de harde kern bepalingen van de cao Open Teelten, de cao Metaal en de cao Afbouw, (ii) de betreffende berekende bedragen na te betalen aan de betrokken werknemers en (iii) betaalbewijzen en specificaties aan FNV te verstrekken op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- vii) [geïntimeerden] zal veroordelen tot betaling aan FNV van een bedrag van € 100.000,- aan schadevergoeding;
- viii) [geïntimeerden] zal veroordelen in de proceskosten in hoger beroep.
2.Feiten
3.Beoordeling
“(…) 3. De lidstaten zorgen er voor dat vakbonden en andere derde partijen zoals verenigingen en andere rechtspersonen die er, overeenkomstig de in het nationaal recht vastgestelde criteria, een rechtmatig belang bij hebben dat deze richtlijn en Richtlijn 96/71/EG worden nageleefd, namens of ter ondersteuning van de gedetacheerde werknemers of hun werkgevers, en met hun toestemming, gerechtelijke of administratieve procedures kunnen aanspannen met het oog op de uitvoering van deze richtlijn en Richtlijn 96/71/EG en/of de handhaving van de uit deze richtlijn en Richtlijn 96/71/EG voortvloeiende verplichtingen.”
“Voor zover het op een individuele arbeidsovereenkomst toepasselijke recht niet door partijen is gekozen, wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waar, of bij gebreke daarvan van waaruit de werknemer ter uitvoering van de overeenkomst gewoonlijk zijn arbeid verricht. Het land waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht wordt niet geacht te zijn gewijzigd wanneer de werknemer zijn arbeid tijdelijk in een ander land verricht.”De Detacheringsrichtlijn en de WagwEU voorzien– samengevat – in bescherming voor gedetacheerde werknemers in die zin dat lidstaten erop toe zien dat deze ten aanzien van arbeidsvoorwaarden- en omstandigheden op gelijke wijze als de eigen onderdanen worden behandeld.
- is sprake van een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW Pro (leiding en toezicht en loonsom)?
- toepasselijke cao’s
- harde kernvoorwaarden
‘De uitzendovereenkomst is de arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever (…) ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde.’Het woord ‘uitzendovereenkomst’ duidt daarmee op een 690-relatie. Lugera voert aan - en SNCU betwist - dat in artikel 7:690 BW Pro besloten ligt dat het moet gaan om een arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht. Omdat, zoals hiervoor overwogen, op de arbeidsovereenkomsten van de werknemers in kwestie geen Nederlands recht van toepassing is, zou indien het betoog van Lugera juist is, uit dit standpunt volgen dat geen sprake is van een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW Pro. Het betoog van Lugera is echter niet juist. Het algemeen verbindend verklaarde artikel 46 cao Pro voor Uitzendkrachten en Bijlage IV verklaren een aantal bepalingen van de Uitzend-cao van toepassing op werknemers die, kort gezegd, werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst naar buitenlands recht. Delen van de cao kunnen dus van toepassing zijn op dergelijke overeenkomsten, waaruit volgt dat voor de toepasselijkheid van artikel 7:690 BW Pro niet vereist is dat sprake is van een contract naar Nederlands recht. Zoals SNCU terecht betoogt: dat zou ook de grondslag ontnemen aan de WagwEU.
‘Lugera heeft in 9 landen uitzendkrachten werken met, heden, een totaal van rond de 15.000 personen. In Nederland heeft Lugera een zeer kleine organisatie en heeft nog nooit meer dan 500 uitzendkrachten aan het werk gehad op enig moment(…)
“Gedurende de tijdelijke aanstelling, geeft de Afnemer namens de Aanbieder taken aan de werknemer en organiseert, controleert en voert het beheer over hun werkzaamheden, geeft instructies voor dit doel, zorgt voor gunstige werkomstandigheden, beroepsveiligheid en gezondheidsbescherming, gelijkwaardig aan die van zijn andere werknemers”.
Bijlage IV is op deze arbeidsovereenkomst van toepassing’, terwijl in deze Bijlage IV de genoemde artikelen 19, 35, 36 en 38 op de werknemers met een buitenlandse arbeidsovereenkomst expliciet van toepassing zijn verklaard. Lugera heeft dat, naar het oordeel van het hof, onvoldoende gemotiveerd, betwist.