ECLI:NL:GHAMS:2023:1753
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na ontbinding huwelijk en beoordeling behoefte en draagkracht
Partijen zijn gehuwd in 2006 en hun huwelijk is ontbonden in 2022. Zij zijn ouders van een jongmeerderjarige die een mbo-opleiding volgt. De man verzocht om partneralimentatie van de vrouw, welke in eerste aanleg werd afgewezen. In hoger beroep betwistte de man de vaststelling van zijn inkomen en stelde dat hij vanwege fysieke en psychische problemen niet kon werken in 2021.
Het hof nam het gemiddelde inkomen van de man over 2019-2021 als uitgangspunt, aangezien hij onvoldoende bewijs leverde van arbeidsongeschiktheid. De behoefte van de man werd berekend op basis van 60% van het gezamenlijke netto besteedbaar inkomen minus de kosten van de minderjarige. De vrouw betwistte de draagkracht, maar het hof concludeerde dat de man onvoldoende inzicht gaf in zijn actuele financiële situatie en dat hij in staat wordt geacht zelf in zijn levensonderhoud te voorzien.
Daarom is er geen grond voor partneralimentatie. De grieven van de man worden verworpen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd. De beslissing werd op 18 juli 2023 openbaar uitgesproken door het hof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot partneralimentatie af en bekrachtigt de bestreden beschikking.