Geïntimeerden vorderen schadevergoeding van appellant wegens een ondeugdelijke installatie van een warmtepomp in hun woning. Appellant betwist zijn verantwoordelijkheid voor de installatie en stelt dat hij niet de contractspartij was voor deze werkzaamheden.
Het hof stelt vast dat appellant wel degelijk de contractuele verantwoordelijkheid droeg voor de installatie, mede op basis van WhatsApp-berichten, e-mails en geluidsfragmenten waaruit blijkt dat appellant de installatie coördineerde en uitvoerde met een onderaannemer. Appellant heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij de gehele installatie op zich nam.
De warmtepomp bleek defect door het ontbreken van temperatuursensoren, waardoor bevriezing en total loss ontstond. Appellant is tekortgeschoten in zijn verplichtingen, wat rechtvaardigt dat geïntimeerden de overeenkomst ontbinden en schadevergoeding vorderen.
De gevorderde schadevergoeding, bestaande uit kosten voor aanschaf en installatie van een nieuwe warmtepomp en extra huurkosten door latere oplevering, wordt toegewezen. Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de schade te hoog is.
Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn eis in reconventie en veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.