ECLI:NL:GHAMS:2023:169
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoofdverblijfplaats en co-ouderschapsregeling in belang van minderjarige
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 31 januari 2023 in hoger beroep uitspraak gedaan over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van een minderjarige geboren in 2020 uit een verbroken relatie. De rechtbank had eerder bepaald dat de hoofdverblijfplaats bij de vrouw was, met een weekendregeling voor de man. De man verzocht vernietiging van deze beschikking en stelde dat de hoofdverblijfplaats bij hem moest komen met een co-ouderschapsregeling.
De vrouw betwistte dit en verweerde zich met verwijzing naar een incident in november 2021 waarna zij met de minderjarige naar haar ouderlijk huis vertrok. Zij stelde dat zij de meeste zorg droeg en dat een co-ouderschap niet passend was vanwege de afstand en de behoefte aan stabiliteit van het kind. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de vrouw te bevelen terug te verhuizen naar de woonplaats van de man, omdat de huidige situatie het contact tussen vader en kind belemmert.
Het hof overwoog dat het belang van het kind voorop staat en dat het kind met beide ouders een volwaardige band moet kunnen hebben. Het hof achtte de man beter in staat om de andere ouder te betrekken bij de opvoeding en stelde vast dat de vrouw zonder toestemming de hoofdverblijfplaats had verplaatst. Het hof bepaalde daarom dat de hoofdverblijfplaats bij de man komt en kende een co-ouderschapsregeling toe met een gefaseerde opbouw. De vakanties en feestdagen worden gelijk verdeeld, rekening houdend met werktijden van de vrouw.
Partijen hebben toegezegd samen in systeemtherapie te gaan om hun relatie als ouders te verbeteren. Het hof verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees overige verzoeken af.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de man vastgesteld met een co-ouderschapsregeling en gelijk verdeelde vakanties.