Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor het aanwezig hebben van ongeveer 7.200 gram hasjiesj. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze hoeveelheid softdrugs op 30 augustus 2021 in zijn woning te Amsterdam had.
De strafbaarheid werd bevestigd, aangezien geen omstandigheden aannemelijk werden die deze uitsloten. Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte wegens overtreding van de Opiumwet en de maatschappelijke impact van het bezit van dergelijke hoeveelheden softdrugs.
Hoewel de advocaat-generaal een gevangenisstraf van zes maanden vorderde wegens recidive, stelde het hof de straf vast op vier maanden gevangenisstraf, conform het vonnis van de politierechter, mede omdat geen hoger beroep door het openbaar ministerie was ingesteld.
Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen goederen onttrokken aan het verkeer of verbeurd verklaard, terwijl een telefoontoestel werd teruggegeven aan verdachte. De tijd in voorlopige hechtenis wordt op de straf in mindering gebracht.