Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
‘om bedrijfsvoerende redenen’nog niet mogelijk zou zijn.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een beveiligingsmedewerker wiens Schipholpas op 25 december 2018 werd ingetrokken vanwege een strafrechtelijk onderzoek naar diefstal. Tijdens dit onderzoek staakte de werkgever de loonbetaling. Na vrijspraak op 15 maart 2019 kreeg de werknemer zijn pas terug en hervatte zijn werkzaamheden.
Later trok Schiphol de pas opnieuw in op basis van een eigen onderzoek, ondanks de vrijspraak. De werkgever staakte opnieuw de loonbetaling en beëindigde de arbeidsovereenkomst per 25 juli 2019. De werknemer vorderde loonbetaling over de betreffende periodes.
De kantonrechter wees de loonvordering toe, maar de werkgever vorderde terugbetaling wegens niet verrichte arbeid. Het hof oordeelde dat tijdens het strafrechtelijk onderzoek het loonverlies voor rekening van de werknemer komt, omdat de intrekking redelijk was. Na vrijspraak en hernieuwde intrekking op basis van eigen onderzoek van Schiphol ligt het risico echter bij de werkgever, waardoor de werknemer recht op loon behoudt over die periode.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en bepaalde dat de werknemer een deel van het loon moet terugbetalen, maar dat de werkgever het loon over de periode na de vrijspraak en hernieuwde intrekking niet onverschuldigd heeft betaald. De kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Werknemer moet een deel van het loon terugbetalen over de eerste periode, maar behoudt recht op loon na vrijspraak en hernieuwde intrekking op basis van eigen onderzoek werkgever.