ECLI:NL:GHAMS:2023:1554
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewijsopdracht en grafologisch onderzoek in civiele zaak over premies 2016-2019
In deze civiele zaak tussen [appellante] B.V. en [geïntimeerde] heeft het Gerechtshof Amsterdam op 4 juli 2023 een vervolguitspraak gedaan op het tussenarrest van 7 februari 2023. Het geschil betreft onrechtmatig handelen door geïntimeerde jegens appellante en de vaststelling van de schade die appellante daardoor heeft geleden. Een belangrijk twistpunt is de echtheid van een handtekening en paraaf op het eerste blad van productie 15, waarvan werd betwist of deze door de bestuurder van appellante zijn geplaatst.
Het hof overwoog aanvankelijk een grafologisch onderzoek te gelasten om de authenticiteit van de handtekening te onderzoeken. Na overleg met de benoemde deskundige bleek dat onderzoek op basis van de beschikbare fotokopie geen zinvol resultaat zou opleveren, omdat de handtekening in een vrije witte ruimte staat en niet kan worden uitgesloten dat deze digitaal is gemanipuleerd. Daarom besloot het hof het grafologisch onderzoek niet te gelasten.
In plaats daarvan gaf het hof geïntimeerde ambtshalve een bewijsopdracht om door het horen van getuigen te bewijzen dat appellante heeft ingestemd met het door geïntimeerde geclaimde bedrag aan premies over de jaren 2016 tot en met 2019. De zaak wordt aangehouden in afwachting van deze bewijslevering, waarbij de getuigen worden gehoord door een raadsheer-commissaris in het Paleis van Justitie te Amsterdam. Partijen moeten op 18 juli 2023 hun verhinderingen voor de getuigenverhoren in het najaar opgeven.
Deze beslissing volgt op eerdere overwegingen dat geïntimeerde onrechtmatig heeft gehandeld jegens appellante en dat de authenticiteit van het bewijsstuk cruciaal is voor de schadevaststelling. Het hof kiest voor een praktische oplossing door het bewijs via getuigen te laten plaatsvinden, gezien het ontbreken van een origineel document en de ongeschiktheid van grafologisch onderzoek op kopieën.
Uitkomst: Het hof wijst grafologisch onderzoek af en geeft geïntimeerde bewijsopdracht om instemming met premieclaims via getuigen te bewijzen.