ECLI:NL:GHAMS:2023:1449
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezagsregeling en hoofdverblijfplaats bij vader na verhuizing minderjarige
De zaak betreft een geschil over het gezag, de hoofdverblijfplaats en de verhuizing van een minderjarige die in 2016 in het buitenland is geboren. De moeder verhuisde in augustus 2022 zonder instemming van de vader met de minderjarige naar Nederland. De vader verzocht om het gezag en de hoofdverblijfplaats bij hem te vestigen en om vervangende toestemming voor verhuizing naar het buitenland.
De rechtbank stelde de vader gezamenlijk gezag toe en bepaalde de hoofdverblijfplaats bij hem, met vervangende toestemming voor verhuizing naar het buitenland. De moeder kwam hiertegen in hoger beroep, verzocht om afwijzing van het gezag en de hoofdverblijfplaats bij de vader en om een omgangsregeling en kinderalimentatie.
Het hof overwoog dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is en dat de communicatie tussen ouders ernstig verstoord is, mede door de plotselinge verhuizing van de moeder. De verhuizing was niet zorgvuldig voorbereid en het belang van de minderjarige bij verblijf bij de vader in het geboorteland weegt zwaarder dan het belang van de moeder bij verblijf in Nederland. De verzoeken van de moeder worden afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag, stelt de hoofdverblijfplaats bij de vader vast en verleent vervangende toestemming voor verhuizing naar het geboorteland.