ECLI:NL:GHAMS:2023:1114
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens wegvallen ontwikkelingsbedreiging
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2], waarbij de moeder het verzoek tot ondertoezichtstelling betwistte. De kinderen zijn geboren uit het huwelijk van de moeder en vader, dat in 2015 is ontbonden. De moeder heeft de Surinaamse nationaliteit, de kinderen en vader de Nederlandse.
De ondertoezichtstelling was aanvankelijk ingesteld vanwege ernstige bedreigingen in de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van de kinderen en het ontbreken van zicht op de veiligheid in de opvoedsituatie. De moeder voerde aan dat deze bedreigingen niet concreet waren en dat de situatie inmiddels verbeterd was, mede omdat de kinderen goed functioneren op school en er geen nieuwe zorgmeldingen zijn.
Het hof stelde vast dat ten tijde van de bestreden beschikking de gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig waren, maar dat deze inmiddels niet meer bestonden. De school meldde geen grote zorgen meer, en de moeder reageerde niet op pogingen tot contact vanuit de gecertificeerde instelling. Op grond hiervan vernietigde het hof de ondertoezichtstelling met ingang van de datum van de beschikking en wees het verzoek van de raad af voor de toekomst, terwijl het eerdere deel van de beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt vernietigd met ingang van de datum van de beschikking omdat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet langer aanwezig is.