Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2022:659

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 maart 2022
Publicatiedatum
3 maart 2022
Zaaknummer
23-002724-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging afpersing in vereniging wegens onvoldoende bewijs

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland, waarin verdachte werd verdacht van poging tot afpersing in vereniging. De tenlastelegging betrof een incident op of omstreeks 23 september 2020 te Venhuizen waarbij verdachte samen met anderen zou hebben geprobeerd een benadeelde te dwingen tot afgifte van haar airpods door middel van geweld en bedreiging.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof het dossier en de verhandelingen ter terechtzitting zorgvuldig onderzocht. Het hof concludeerde dat het rukken aan of duwen van het stuur van de fiets van de benadeelde door verdachte niet kwalificeert als poging tot afpersing. Daarnaast ontbraken voldoende aanknopingspunten dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachten om de benadeelde door dreiging met geweld te dwingen.

Gezien het tijdstip van het incident en de omstandigheden achtte het hof het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Daarom werd het vonnis van de kinderrechter vernietigd en verdachte vrijgesproken. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding afgewezen wegens het ontbreken van bewezenverklaring.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot afpersing wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002724-21
datum uitspraak: 3 maart 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 september 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-077404-21 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 februari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 23 september 2020 te Venhuizen, gemeente Drechterland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde] te dwingen tot de afgifte van haar airpods, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [benadeelde] of aan een derde toebehoorde
  • door met een scooter (telkens) voor/achter/naast (en/of) (tegen) die [benadeelde] (aan) te hebben gereden en/of
  • tegen die [benadeelde] hebben geroepen: 'geef me je airpods' en/of
  • door die [benadeelde] bij het stuur van haar fiets vast te hebben gegrepen en/of het stuur van haar fiets weg te hebben geduwd, waardoor die [benadeelde] ten val is gekomen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de kinderrechter.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van poging tot afpersing onder meer is vereist dat geprobeerd wordt iemand door middel van geweld of bedreiging met geweld te dwingen tot afgifte van enig goed.
De ruk aan of duw van het stuur van de aangeefster door de verdachte is op zichzelf niet aan te merken als een poging afpersing, zoals is tenlastegelegd. Voor het overige leveren het dossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende aanknopingspunten op om vast te stellen dat de verdachte met zijn handelen een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan, en daarmee nauw en bewust met een of beide medeverdachten heeft samengewerkt tot, het pogen om aangeefster door middel van dreiging met geweld te dwingen tot afgifte van haar air pods of andere goederen. Daarbij neemt het hof mede het moment van de ruk aan of duw van het stuur in aanmerking, te weten nadat door een medeverdachte tegen aangeefster was gezegd ‘lever je air pods in’ en, zonder dat op dat moment enige uitvoering aan deze bewoordingen was gegeven, onmiddellijk voorafgaand aan het wegrijden van aangeefster.
Een en ander leidt tot de conclusie dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken.

Vordering benadeelde partij [benadeelde]

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. N.A. Schimmel en mr. H. Durdu, in tegenwoordigheid van
mr. S. Abelsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 maart 2022.
Mr. M.J.A. Duker en mr. H. Durdu zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]