ECLI:NL:GHAMS:2022:571
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof kent gedeeltelijke vergoeding toe voor kosten en schade door vreemdelingenbewaring
De appellant was op 24 februari 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld en op 25 februari 2020 vrijgelaten. Hij verzocht om vergoeding van schade en kosten die hij hierdoor had geleden, waaronder kosten voor vliegtickets, hotelovernachting, gemiste beurs en rechtsbijstand. Het hof oordeelde dat er gronden van billijkheid zijn voor een vergoeding van €185 voor de vreemdelingenbewaring.
Voor de kosten van de gemiste beurs in Londen en de gerelateerde vliegtickets en hotelkosten kende het hof een vergoeding toe van in totaal €518,65, waarbij het hotelbedrag deels werd toegekend vanwege een tweepersoonskamer. De appellant stemde in met het voorstel van de advocaat-generaal, behalve voor de hotelkosten waar hij een hogere vergoeding wenste, maar het hof volgde de lagere vergoeding.
Daarnaast werden de kosten voor rechtsbijstand in eerste aanleg (€550) en in hoger beroep (€280) toegekend. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en deed opnieuw recht, wijzend het meer of anders gevorderde af. De totale vergoeding aan appellant bedroeg €1.533,65, te betalen door de Staat.
Uitkomst: Het hof kent appellant een totale vergoeding van €1.533,65 toe voor ondergane vreemdelingenbewaring, gemaakte kosten en rechtsbijstand.