Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Uw kinderen zullen moeten afwachten wat er uiteindelijk voor hen overblijft. Zij kunnen uw echtgenote niet dwingen om het bezit te bewaren en/of eerder aan de kinderen uit te betalen.”
Het is mijn uitdrukkelijke bedoeling om mijn partner, met wie ik al 18 jaar samen ben en met wie ik vandaag in het huwelijk ben getreden, beschermd achter te laten wanneer ik kom te overlijden. Ik zie dit als mijn morele plicht jegens haar en ben van mening dat zij de vrije beschikking over mijn vermogen moet hebben en het recht moet hebben om op mijn vermogen in te teren. Wat van het vermogen overblijft moet aan mijn eigen kinderen toekomen.”