ECLI:NL:GHAMS:2022:47
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
De verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend op grond van artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering om vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd.
De strafzaak eindigde bij arrest van het hof op 11 juni 2021 zonder oplegging van straf of maatregel. De verzoeker was op 25 mei 2018 in verzekering gesteld en op 28 mei 2018 in vrijheid gesteld. Het hof heeft de billijkheidsoverwegingen toegepast en geoordeeld dat vergoeding toekomt voor de ondergane verzekering (€520,00), kosten rechtsbijstand in de strafzaak (€9.891,75) en kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure (€340,00).
De totale vergoeding bedraagt €10.751,75. De verzoeker en zijn advocaat waren niet aanwezig bij de openbare behandeling van het verzoekschrift. De beschikking is uitgesproken op 11 januari 2022 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €10.751,75 toe aan verzoeker voor verzekering en kosten rechtsbijstand.