ECLI:NL:GHAMS:2022:46
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand in rekestenprocedure na afwijzing beklag
De verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering om vergoeding van kosten rechtsbijstand toe te kennen. Dit betrof kosten gemaakt in verband met een beklagzaak en de onderhavige verzoekschriftprocedure.
De beklagzaak was eerder afgewezen door het hof, waarbij geen straf of maatregel werd opgelegd en geen toepassing werd gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het verzoekschrift werd tijdig ingediend en het openbaar ministerie heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Het hof heeft in de raadkamer op 14 december 2021 het verzoek behandeld, waarbij de verzoeker en zijn advocaat niet aanwezig waren. Gezien de omstandigheden en op grond van billijkheid heeft het hof besloten de vergoeding van de kosten rechtsbijstand toe te kennen, zijnde een totaalbedrag van € 2.377,04.
De beschikking is op 11 januari 2022 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam en de tenuitvoerlegging is bevolen door overmaking van het bedrag op de rekening van de advocaat van de verzoeker.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding toe van € 2.377,04 voor kosten rechtsbijstand in de beklag- en verzoekschriftprocedure.