ECLI:NL:GHAMS:2022:45

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
11 januari 2022
Zaaknummer
001123-21 (530 Sv) en 000754-21 (533 Sv)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding voor verzekering en rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging

De verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade door ondergane verzekering en gemaakte kosten rechtsbijstand in een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd.

De strafzaak eindigde bij arrest van 28 juni 2021 zonder oplegging van straf of maatregel. De verzoeker was op 25 september 2019 in verzekering gesteld en op 27 september 2019 voorlopige hechtenis bevolen, maar op dezelfde dag weer in vrijheid gesteld.

Het hof oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toekenning van een vergoeding van € 390,- voor verzekering en voorlopige hechtenis en € 340,- voor kosten rechtsbijstand. Deze bedragen worden verrekend met openstaande CJIB-schulden.

De beschikking is op 11 januari 2022 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam en de tenuitvoerlegging is bevolen.

Uitkomst: Verzoeker krijgt vergoeding van € 390,- voor verzekering en voorlopige hechtenis en € 340,- voor rechtsbijstand, met verrekening van openstaande bedragen.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummers: 001123-21 (530 Sv) en 000754-21 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-002288-20
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats],
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. M. Kuipers,
H.J.E. Wenckebachweg 150D, 1114 AD Amsterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 17 augustus 2021 ingekomen.
Op 22 september 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 14 december 2021 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De verzoeker en zijn advocaat zijn niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die de verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 390,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 28 juni 2021 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ad a
De verzoeker is op 25 september 2019 in verzekering gesteld. Vervolgens is op 27 september 2019 de voorlopige hechtenis van de verzoeker bevolen. Hij is op diezelfde dag (27 september 2019) in vrijheid gesteld.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door de verzoeker ondergane verzekering en voorlopige hechtenis tot een bedrag van € 390,00 als gevraagd.
Ad b
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 340,00.
Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde in raadkamer is gebleken dat de onderstaande geldsommen vatbaar zijn voor verrekening overeenkomstig artikel 534 lid 3 Sv Pro. Het hof zal het toegekende bedrag verrekenen met de door de verzoeker aan de Staat verschuldigde geldsommen.

4.Beslissing

Het hof:
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 533 Sv Pro aan de verzoeker een vergoeding toe van € 390,00 (driehonderdnegentig euro).
Bepaalt de verrekening van bovenstaand bedrag met de onderstaande geldsom:
CJIB-nummer openstaand bedrag verrekening
[nummer] € 823,46 € 390,00
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan de verzoeker een vergoeding toe van € 340,00 (driehonderdveertig euro).
Bepaalt de verrekening van bovenstaand bedrag met de onderstaande geldsom:
CJIB-nummer openstaand bedrag verrekening
[nummer] € 433,46 € 340,00
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. F.A. Hartsuiker, J.J.I. de Jong en V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 11 januari 2022.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van
€ 730,00 (zevenhonderddertig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. CJIB o.v.v. [nummer].
Amsterdam, 11 januari 2022,
mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter