In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigd, behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf die werd verminderd van 15 naar 13 maanden. De verdachte werkte als medewerker bij een notariskantoor en vervalste gedurende drie jaar diverse stukken in samenwerking met een medeverdachte notaris om een positieve bewaringspositie op de derdengeldenrekening voor te wenden.
Het misbruik van de aan het notariskantoor toevertrouwde gelden leidde tot een tekort van ruim € 2 miljoen, waarbij de Stichting Voorzieningsfonds van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie ruim € 1,5 miljoen aan benadeelde cliënten heeft uitgekeerd. De fraude veroorzaakte ook niet-financiële schade aan cliënten, zoals particulieren die een huis kochten of verkochten.
De verdachte werd zwaar verweten dat hij stelselmatig en over een lange periode aan deze benadeling heeft meegewerkt, onder meer door het valselijk opmaken van e-mails om een lening te simuleren en misbruik te maken van de identiteit van een cliënte. Eerder was de verdachte al uit het ambt van notaris ontzet wegens ongeoorloofd gebruik van cliëntengelden.
Het hof achtte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend gezien de ernst van de feiten en de omvang van de schade, maar matigde de straf met twee maanden vanwege persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals de zorg voor familieleden en het feit dat hij persoonlijk niet direct van de fraude had geprofiteerd. Het beroepsverbod van vijf jaar werd bevestigd om herhaling te voorkomen, waarbij het hof benadrukte dat het verbod geen belemmering vormt voor de huidige werkzaamheden van de verdachte binnen zijn juridische advieskantoor.