ECLI:NL:GHAMS:2022:3769
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 15 maart 2022 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 10 juni 2021. Echter, voorafgaand aan de terechtzitting heeft de raadsvrouw namens de verdachte per e-mail aangegeven dat het hoger beroep niet wordt gehandhaafd.
Hierdoor wordt de verdachte geacht zijn eerder opgegeven bezwaren tegen het vonnis te hebben ingetrokken. Het hof heeft vervolgens vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij nader onderzoek van de zaak. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het vonnis is gewezen door mr. H.A.G. Nijman, in aanwezigheid van de griffier mr. A. Ivanov. De beslissing betekent dat het hoger beroep niet wordt behandeld en het vonnis van de politierechter blijft in stand.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van bezwaren.