Uitspraak
De feiten en de rechtsgang
De beoordeling
nietmet de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, die het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis had afgewezen. De zaak betreft het parketnummer 15-130584-22.
Na bestudering van de stukken en het horen van de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte, concludeerde het hof dat de voorlopige hechtenis gegrond was op de genoemde zaak en dat de rechtbank ten onrechte ook andere feiten bij de beoordeling betrok. Omdat verdachte alleen in voorlopige hechtenis zat voor deze zaak en er geen aanvullende vorderingen waren voor de andere zaak (parketnummer 15-102535-21), was voldaan aan de voorwaarden van artikel 67a lid 3 Wetboek van Strafvordering.
Het hof besloot daarom het hoger beroep toe te wijzen, de beschikking van de rechtbank te vernietigen en de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen. De zaak wordt verder behandeld op de zitting van 22 december 2022, waarbij beide zaken zijn gevoegd. De beschikking is gegeven door de raadkamer van het hof op 14 december 2022.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven door het gerechtshof Amsterdam.