Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 5 oktober 2021, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot ontucht op een vijfjarig meisje in 1995.
De feiten betreffen een ernstig seksueel misdrijf waarbij de verdachte, toen 19 jaar oud, het slachtoffer probeerde seksueel te benaderen en binnendringen trachtte. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan vanwege de ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het jonge slachtoffer, die sindsdien psychische schade heeft ondervonden, waaronder PTSS.
Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de opgelegde hoofdstraf en legde een aangepaste straf op: een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 155 dagen met een proeftijd van twee jaar. Het contactverbod werd niet gehandhaafd omdat geen contactpogingen van de verdachte waren gebleken.
Ten aanzien van de schadevergoeding werd de oorspronkelijke vordering van €35.000 afgewezen boven het maximale bedrag van €680,67 dat destijds wettelijk mogelijk was. Het hof zag af van het opleggen van een betalingsverplichting als bijzondere voorwaarde vanwege de slechte financiële situatie van de verdachte.
De uitspraak benadrukt de ernst van het delict en de blijvende gevolgen voor het slachtoffer, maar houdt rekening met het tijdsverloop, de leeftijd van de verdachte ten tijde van het delict en zijn berouw tijdens de procedure.