ECLI:NL:GHAMS:2022:3267

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 november 2022
Publicatiedatum
19 november 2022
Zaaknummer
200.278.272/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot aanvulling arrest over wettelijke rente na vernietiging rentebeding

In deze civiele zaak in hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam op 4 oktober 2022 een arrest gewezen waarbij een vermeerderde eis van geïntimeerde grotendeels werd toegewezen, maar de vordering tot wettelijke rente werd afgewezen zonder nadere motivering.

Geïntimeerde verzocht het hof het arrest aan te vullen en alsnog de wettelijke rente toe te wijzen op grond van artikel 32 Rv Pro. Appellant verzette zich tegen dit verzoek.

Het hof oordeelde dat het verzuimd had te beslissen over de wettelijke rente, maar dat deze vordering niet toewijsbaar is omdat na vernietiging van het oneerlijke rentebeding geen aanspraak bestaat op wettelijke rente volgens aanvullend nationaal recht, zoals bevestigd door het HvJ EU-arrest van 27 januari 2021.

Daarom wees het hof het verzoek tot aanvulling van het arrest af en bevestigde het arrest van 4 oktober 2022. Het arrest werd op 22 november 2022 door het hof in openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot aanvulling van het arrest af en bevestigt de afwijzing van de wettelijke rente.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.278.272/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : 7992308 CV EXPL 19-18184
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 november 2022
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellant,
tevens incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. A.D. van Koningsveld te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
tevens incidenteel appellante,
advocaat: mr. F.A.J.H. de Lugt te Amsterdam.
Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.

1.Het geding in hoger beroep

Het hof heeft in deze zaak op 4 oktober 2022 een arrest uitgesproken. Bij brief van 11 oktober 2022 heeft mr. De Lugt zich namens [geïntimeerde] op het standpunt gesteld dat het hof heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde en het hof verzocht tot aanvulling van het arrest over te gaan. Bij e-mail van 3 november 2022 heeft mr. Van Koningsveld zich namens [appellant] verzet tegen toewijzing van dit verzoek.

2.Beoordeling

2.1
Volgens [geïntimeerde] is onderdeel van haar in hoger beroep vermeerderde eis dat zij over de huurachterstand wettelijke rente vordert. Die vermeerderde eis is grotendeels toegewezen, de wettelijke rente echter niet. Evenmin is in het arrest gemotiveerd dat en op welke grond de wettelijke rente is afgewezen. Daarom dient de wettelijke rente alsnog op de voet van artikel 32 Rv Pro te worden toegewezen, aldus [geïntimeerde] .
2.2
Het hof heeft verzuimd te beslissen op de vordering van [geïntimeerde] om de wettelijke rente toe te wijzen. De door [geïntimeerde] gevorderde wettelijke rente is echter niet toewijsbaar, omdat [geïntimeerde] na vernietiging van het oneerlijk rentebeding (rov. 3.18) geen aanspraak kan maken op de in een bepaling van aanvullend nationaal recht vastgestelde wettelijke schadevergoeding die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest (HvJ EU van 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68). In het dictum van het arrest van 4 oktober 2022 is
“het meer of anders gevorderde”(in principaal en incidenteel appel) reeds afgewezen.
2.3
Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

3.Beslissing

Het hof:
wijst het verzoek van [geïntimeerde] tot aanvulling van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 4 oktober 2022 af.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A. Wabeke, L.A.J. Dun en M.E. Hinskens-van Neck en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 november 2022.