Uitspraak
1.Procesverloop
2.Inhoud van het verzoek
3.Beoordeling
Ik zei van als je in mijn auto wilt kijken dan mag dat. Hij had het niet gevraagd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De appellant stelde een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in een strafzaak waarin hij werd verdacht van betrokkenheid bij drugshandel. De zaak eindigde zonder strafoplegging en zonder toepassing van artikel 9a Sr. De rechtbank wees het verzoek om vergoeding van kosten af omdat de appellant deze kosten aan zijn eigen gedrag te wijten had, mede gelet op zijn toestemming voor de doorzoeking van zijn auto.
Het hoger beroep richtte zich op het betwisten van de rechtmatigheid van de doorzoeking en het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld. Het hof nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal, maar de appellant en zijn raadsman waren niet aanwezig. Het hof oordeelde dat de beslissing van de rechtbank juist was en dat geen gronden van billijkheid bestonden voor vergoeding van de kosten in de strafzaak.
Wel achtte het hof gronden van billijkheid aanwezig voor een forfaitaire vergoeding van € 680,00 voor de kosten van de verzoekschriftprocedure zelf. De beschikking van de rechtbank werd op dat punt vernietigd en het bedrag werd uit de rijkskas aan de appellant toegekend. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep tegen afwijzing vergoeding rechtsbijstand in strafzaak wordt afgewezen, maar forfaitaire vergoeding voor verzoekschriftprocedure wordt toegekend.