Uitspraak
15-258068-21 tegen
Onderzoek van de zaak
26 oktober 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 27 december 2021 bevestigd, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 38 maanden wegens invoer van 5.709,84 gram cocaïne op Schiphol.
Verdachte voerde in hoger beroep persoonlijke omstandigheden aan, zoals gezondheidsproblemen, vermeende druk van derden bij het transport van koffers en zijn medewerking aan de autoriteiten, als grond voor strafmatiging. Het hof heeft deze omstandigheden onderzocht maar geen aanleiding gevonden om de straf te matigen.
Hoewel het hof het vonnis bevestigde, vernietigde het de beoordeling van de bewijsmiddelen, die in een eventuele cassatieprocedure nader zullen worden behandeld. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 november 2022.
Uitkomst: Gevangenisstraf van 38 maanden bevestigd voor invoer van cocaïne.