ECLI:NL:GHAMS:2022:3054
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheer wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster heeft meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen de raadsheer die haar strafzaak behandelt, waarin zij werd veroordeeld voor belaging en wederrechtelijk binnendringen. Het laatste wrakingsverzoek betrof de inhoudelijke behandeling van 5 juli 2022, waarin verzoekster stelde dat de raadsheer vooringenomen was door onder meer het niet volledig verstrekken van het dossier en bevooroordeelde vragen.
De raadsheer ontkende vooringenomenheid en benadrukte dat het dossier volledig was verstrekt en dat vragen over de woonsituatie standaard zijn in strafzaken. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het proces-verbaal, de toelichting van de raadsheer en de stellingen van verzoekster.
De kamer concludeerde dat er geen objectieve factoren zijn die de vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. De subjectieve beleving van verzoekster kan niet leiden tot wraking. Ook is geen sprake van misbruik van wrakingsrecht, ondanks dat dit het vierde wrakingsverzoek betrof. Het verzoek is daarom afgewezen.
De beslissing werd uitgesproken op 3 augustus 2022 door de wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters en twee griffiers.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheer is afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.