ECLI:NL:GHAMS:2022:2879
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen tekortkoming bij aanleg damwanden en schade brug niet door werkzaamheden
In deze civiele zaak in hoger beroep staat de vraag centraal of geïntimeerde tekort is geschoten bij de aanleg van damwanden en terreinverharding en of hij aansprakelijk is voor schade aan een brug. Het hof heeft een deskundigenrapport laten opstellen dat uitgebreid is besproken door partijen.
De deskundige constateerde dat er geen goed en deugdelijk werk was geleverd met betrekking tot de damwand, vooral vanwege het ontbreken van een gording bij de verankering en enkele technische tekortkomingen. Echter, het hof oordeelt dat deze tekortkomingen niet tot een tekortkoming in de overeengekomen werkzaamheden leiden, mede omdat de opdracht niet schriftelijk was gewijzigd en de beoogde functie van de damwand niet duidelijk was gecommuniceerd.
Ten aanzien van de terreinverharding constateerde de deskundige een gering gebrek in de dikte van de steenslaglaag en onvoldoende aansluiting van planken, maar adviseerde geen herstel. Ook hier concludeert het hof dat geïntimeerde niet tekort is geschoten. Wat betreft de schade aan de brug is vastgesteld dat het causale verband met de werkzaamheden ontbreekt, behalve voor een beperkt linker muurtje waarvoor reeds een vergoeding is uitgekeerd.
De vorderingen van appellant worden daarom afgewezen en het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, waarbij appellant in de proceskosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellant af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.