In hoger beroep is het vonnis van de kinderrechter bevestigd dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan rijden onder invloed van alcohol en cannabis op een bromfiets. Het hof neemt de bekennende verklaring van de verdachte over en vervangt daarmee de eerdere verklaring in eerste aanleg.
De kinderrechter had een werkstraf van 30 uur opgelegd, te vervangen door 15 dagen jeugddetentie. De advocaat-generaal vorderde een vergelijkbare straf met een deel voorwaardelijk. De raadsman pleitte voor een geldboete vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan, en de positieve ontwikkeling van de verdachte, die een moeilijke periode achter zich heeft gelaten en gemotiveerd is in zijn nieuwe baan. Om de nieuwe weg van de verdachte niet te bemoeilijken, vervangt het hof de werkstraf door een geldboete van €200, te voldoen in vier termijnen van €50, met een vervangende jeugddetentie van vier dagen bij niet-betaling.
De overige onderdelen van het vonnis blijven ongewijzigd. De straf is gebaseerd op artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994.