In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 augustus 2021. De verdachte had beroep ingesteld tegen het vonnis, waarbij onder meer discussie bestond over de herkomst van e-mailberichten die als bewijsmiddel werden gebruikt.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 7 september 2022 heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal en de argumenten van de raadsman en verdachte gehoord. Het hof concludeerde dat de e-mailberichten afkomstig van het betreffende e-mailadres door de verdachte zelf zijn verzonden. De stelling van de verdachte dat een ander, aan wie hij toestemming had gegeven om zijn wifi te gebruiken, de berichten zou hebben verstuurd, werd niet aannemelijk geacht.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd met dien verstande dat de gebruikte bewijsmiddelen worden vervangen door de wettelijk voorgeschreven bewijsmiddelen in een aanvulling op het verkort arrest. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 21 september 2022.