Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2] ,
[X] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.De zaak in het kort
3.De feiten
4.De beoordeling
eerste griefklaagt [appellanten] erover dat de kantonrechter een onjuist, althans onvolledig criterium heeft gehanteerd. Volgens [appellanten] heeft de kantonrechter de behandeling van [X] ten onrechte getoetst aan het criterium van de stand van de wetenschap in plaats van ‘de internationale stand van de wetenschap en praktijk’. Zij heeft zich daardoor ten onrechte beperkt tot ‘evidence based medicine’ en heeft bij haar oordeel ten onrechte de internationale stand van de praktijk niet betrokken.
tweede griefis gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat de wijze van diagnosestelling door [naam 5] niet in overeenstemming is met de stand van de wetenschap en de praktijk. Daarmee is zij ten onrechte inhoudelijk in de door de arts gestelde diagnose getreden. Het is ook niet aan de verzekeraar om in de diagnosestelling te treden. Die diagnose is bovendien wel op juiste wijze gesteld en door Nederlandse artsen geaccepteerd.
derde griefklaagt over het oordeel dat de behandeling van [X] niet in overeenstemming met de (internationale) stand van de wetenschap en praktijk is. Hij voert daartoe (kort samengevat) aan dat de richtlijnen ILADS, CBO en DBG voldoende grondslag geven voor de gegeven behandeling. De richtlijnen ILADS en CBO, zijn ‘evidence based’. De richtlijn DBG is weliswaar niet ‘evidence based’ maar wel gebaseerd op consensus. Voor het element ‘praktijk’ in het toepasselijke criterium is deze richtlijn daarom ook relevant.