In deze zaak heeft de Ondernemingskamer een minnelijke regeling tussen partijen vastgelegd betreffende de uitvoering van een eerder arrest van 24 mei 2022 over de overname van aandelen in AM Holding. Partijen waren in hoger beroep verwikkeld in een geschil over de levering en betaling van aandelen die Arros hield in AM Holding.
De procedure kende een lange voorgeschiedenis met meerdere arresten waarin de uittredingsvordering van [F] c.s. werd toegewezen en een deskundigenonderzoek naar de waarde van de aandelen werd bevolen. In het arrest van 24 mei 2022 werd AM Holding c.s. veroordeeld tot overname van de aandelen van Arros en betaling van de koopsom, onder voorbehoud van een balans- en liquiditeitstest.
Partijen hebben uiteindelijk overeenstemming bereikt over de uitvoering van deze regeling. Zij spraken af dat na opheffing van het aandelenbeslag een bedrag van € 400.000 van de koopsom in depot wordt gehouden bij de notaris, terwijl het resterende bedrag van circa € 423.418 direct wordt betaald. Tevens doen partijen afstand van het recht om cassatie in te stellen tegen het arrest van 24 mei 2022 en deze beschikking, behoudens het recht tegen toekomstige arresten.
De Ondernemingskamer heeft deze regeling in een beschikking vastgelegd en het overige verzoek afgewezen.