ECLI:NL:GHAMS:2022:243
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vervolgprocedure over causaal verband en eigen schuld bij heftruckincident
In deze civiele procedure bij het gerechtshof Amsterdam staat een hoger beroep centraal over een heftruckincident waarbij de onrechtmatigheid van handelen door de echtgenoot van appellante jegens de geïntimeerde Guni Groep B.V. niet ter discussie staat. Het hof bevestigt dat de rechtsstrijd zich richt op het causaal verband tussen de onrechtmatige daad en de schade, alsmede de eigen schuld van de geïntimeerde zoals bedoeld in artikel 6:101 BW Pro.
De mondelinge behandeling vond gelijktijdig plaats met een soortgelijke zaak van de echtgenoot van appellante tegen Guni Groep B.V. Diverse technische rapporten en producties zijn van belang voor de beoordeling, maar deze zijn niet allemaal in het geding gebracht in de zaak van appellante. Daarom verwijst het hof de zaak naar de rol om partijen in de gelegenheid te stellen deze stukken alsnog gezamenlijk in het geding te brengen.
Partijen mogen volstaan met een mededeling dat de stukken geacht worden in het geding te zijn gebracht, mits zij zich beperken tot de relevantie van deze stukken voor het causaal verband en de eigen schuld. Het hof stelt een planning vast voor het indienen van akten en antwoordakten en houdt ieder verder oordeel aan.
Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rol voor het inbrengen van aanvullende producties en antwoordakten, waarna het verdere oordeel wordt aangehouden.