ECLI:NL:GHAMS:2022:240
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging voortgezet gebruik agrarische grond en opleveringsverplichting
In deze civiele zaak vordert geïntimeerde een verklaring voor recht dat hij geen dwangsommen heeft verbeurd omdat hij het perceel tijdig en volgens het vonnis van 22 maart 2017 heeft ontruimd. Tevens vordert hij terugbetaling van door Kennemerland Beheer geïncasseerde dwangsommen. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het perceel op 1 januari 2018 leeg en ontruimd is opgeleverd, ondanks dat later tulpenbollen boven de grond kwamen.
De feiten betreffen een perceel agrarische grond dat sinds 2000 door geïntimeerde om niet werd gebruikt, ondanks eigendomsoverdracht aan Marel Projectontwikkeling en later Kennemerland Beheer. Het gebruiksovereenkomst eindigde per 1 januari 2018, waarna Kennemerland Beheer het perceel wilde verpachten. Kennemerland Beheer stelde echter pas in het najaar van 2019 het perceel daadwerkelijk ter verpachting beschikbaar.
Het hof oordeelt dat Kennemerland Beheer het economisch genot van het perceel had vanaf 1 januari 2018 en dat de aanwezigheid van tulpenbollen geen belemmering vormde voor het gebruik. Kennemerland Beheer heeft geen schade geleden door de situatie en heeft ook geen vergoeding voor de teelt opgeëist. De grieven van Kennemerland Beheer tegen het vonnis van de rechtbank worden verworpen en het vonnis wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het voortgezet gebruik per 1 januari 2018 is geëindigd en dat de opleveringsverplichting is nagekomen.