ECLI:NL:GHAMS:2022:2316
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging zorgregeling en hoofdverblijfplaats minderjarige na advies Raad voor de Kinderbescherming
In deze zaak stond de zorgregeling en hoofdverblijfplaats van een minderjarige centraal, waarbij het hof het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) heeft betrokken. De minderjarige kampt met complexe emotionele en gedragsproblemen, mede veroorzaakt door langdurige spanningen tussen de ouders en eerdere uithuisplaatsingen.
De Raad voor de Kinderbescherming voerde een uitgebreid onderzoek uit, inclusief gesprekken met de minderjarige, ouders, hulpverleners en school. Uit het onderzoek bleek dat de minderjarige behoefte heeft aan duidelijkheid, structuur en voorspelbaarheid, en dat zij emotionele toestemming van beide ouders nodig heeft om van hen te kunnen houden zonder te hoeven kiezen. De raad adviseerde de hoofdverblijfplaats bij de vader te laten en omgangscontacten met de moeder eens per twee weken te regelen.
Tijdens de procedure kwam een recente melding van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij de moeder thuis aan het licht, waarop de GI het contact tussen moeder en kind tijdelijk stopzette. Het hof oordeelde dat de zorgregeling niet gewijzigd wordt en dat de omgang met de moeder onder begeleiding van de GI zo spoedig mogelijk hervat moet worden. Het hof bekrachtigde de beschikking en stelde dat verdere invulling van de omgang en veiligheid onder regie van de GI moet plaatsvinden.
Uitkomst: De zorgregeling wordt bekrachtigd met hoofdverblijfplaats bij de vader en omgang met de moeder onder regie van de GI.