Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2022:2232

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 juli 2022
Publicatiedatum
28 juli 2022
Zaaknummer
23-002159-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over onderzoek en getuigenverhoor in hoger beroep internetoplichting

In deze strafzaak is tegen het vonnis van de politierechter hoger beroep ingesteld door het openbaar ministerie. De verdachte wordt verdacht van internetoplichting waarbij geld werd gestort op een rekening op zijn naam.

De raadsvrouw van de verdachte voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat medeverdachten niet worden vervolgd. Het hof verwierp dit verweer omdat het geld direct op de rekening van de verdachte werd gestort, wat een onderscheid maakt.

Tijdens de beraadslaging bleek het onderzoek niet volledig. Het hof acht het noodzakelijk twee getuigen te horen en bankafschriften van drie rekeningen op te vragen waarop op 11 mei 2018 bedragen van €5.000,- zijn gestort. Het onderzoek wordt heropend, geschorst en de zaak wordt verwezen naar een nader te bepalen zitting.

De raadsheer-commissaris krijgt de opdracht de getuigen te horen en de stukken te beheren. De verdachte en zijn raadsvrouw worden opgeroepen voor de vervolgzitting. Dit tussenarrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 juli 2022.

Uitkomst: Het hof heropent het onderzoek, beveelt het horen van twee getuigen en het opvragen van bankafschriften, en schorst de zaak voor nader onderzoek.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002159-21
datum uitspraak: 28 juli 2022
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 juli 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-325309-20 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboortedatum],
adres: [adres 1].

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging

De raadsvrouw heeft het hof verzocht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in zijn strafvervolging, omdat het vervolgen van de verdachte, en het niet vervolgen van de medeverdachten
in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
Het hof verwerpt dit verweer op basis van het navolgende. Het geldbedrag is onmiddellijk na de internetoplichting gestort op een rekening op naam van de verdachte. Dit is niet gebeurd bij de medebetrokkenen. Reeds dit brengt mee, voor zover kan worden aangenomen dat de medebetrokkenen niet worden vervolgd, dat hier geen sprake is van gelijke gevallen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
van 14 juli 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het
Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Op de terechtzitting in hoger beroep van 14 juli 2022 is het onderzoek in deze strafzaak gesloten.
Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, aangezien
het hof het noodzakelijk acht dat [getuige 1] en [getuige 2] als getuige worden gehoord. Daarnaast acht het hof het noodzakelijk dat bankafschriften van de volgende rekeningnummers worden opgevraagd waaruit kan worden opgemaakt wat met de op die rekeningen
op 11 mei 2018 gestorte bedragen van telkens € 5.000,00 is gebeurd:
 [rekeningnummer 1] ten name van [persoon 1] (2 x € 5.000,00)
 [rekeningnummer 2] ten name van [persoon 2] (2 x € 5.000,00)
 [rekeningnummer 3] ten name van [persoon 3] (1 x € 5.000,00).
Het hof verzoekt de advocaat-generaal deze bankafschriften op te vragen.
Het hof zal het onderzoek heropenen, schorsen en de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum gelasten.

Beslissing

Het hof:
Heropent het gesloten onderzoek, schorst dit en beveelt de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen terechtzitting.
Verwijst de zaak naar de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof voor het horen van de hierna te noemen getuigen:

[getuige 1], geboren op [geboortedag], laatst bekende adres: [adres 2].

[getuige 2],voornoemde getuige heeft in haar verhoor als verdachte verklaard dat deze getuige zou zijn geboren in Nigeria, vermoedelijk in Delta States en dat hij in 2018 zou hebben gewoond bij de studentenwoningen in Apeldoorn.
Verzoekt de advocaat-generaal:
kopieën van bankafschriften van de volgende rekeningnummers op te vragen waaruit kan worden opgemaakt wat met de op die rekeningen op 11 mei 2018 gestorte bedragen van € 5.000,00 is gebeurd:
 [rekeningnummer 1] ten name van [persoon 1] (2 x € 5.000,00)
 [rekeningnummer 2] ten name van [persoon 2] (2 x € 5.000,00)
 [rekeningnummer 3] ten name van [persoon 3] (1 x € 5.000,00),
en deze afschriften te doen toekomen aan het hof.
Stelt de stukken met het oog op de getuigenverhoren in handen van de raadsheer-commissaris.
Beveelt de oproeping van de verdachte en de raadsvrouw van de verdachte tegen de nog nader te bepalen terechtzitting.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin
zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. S. Clement en mr. R. Oude Breuil, in tegenwoordigheid
van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof
van 28 juli 2022.
mr. R. Oude Breuil is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]