ECLI:NL:GHAMS:2022:2164
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verkrachting wegens onvoldoende bewijs van dwang en bedreiging
Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam in een strafzaak betreffende verkrachting. De verdachte werd ervan beschuldigd de aangeefster door middel van geweld en bedreiging te hebben gedwongen tot seksuele handelingen op 30 september 2014 te Spaarnwoude.
De aangeefster verklaarde dat zij onder bedreiging van een wapen in de auto van de verdachte was gestapt en gedwongen werd tot orale en vaginale seks. De verdachte ontkende dit en stelde dat de seksuele handelingen met instemming hadden plaatsgevonden. Het hof heeft onderzocht of er voldoende steunbewijs was voor de verklaring van de aangeefster, zoals vereist op grond van artikel 342 lid 2 Sv Pro.
Het hof concludeerde dat het bewijs ontoereikend was om dwang of bedreiging met een wapen aan te nemen. De verklaringen van de aangeefster bevatten tegenstrijdigheden en inconsistenties, en de objectieve bewijsmiddelen zoals letsel en bloedsporen boden geen doorslaggevende steun. De verdachte werd daarom vrijgesproken van verkrachting en aanranding.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken. Het hof bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting wegens onvoldoende bewijs van dwang of bedreiging.