De verdachte werd ten laste gelegd dat zij op of omstreeks 16 juni 2020 een tankwagen met hypochloriet vervoerde zonder dat de vervoersdocumenten de actuele hoeveelheid van de gevaarlijke stof vermeldden, in strijd met voorschrift 5.4.1.1.1 onder f van het ADR en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs).
Tijdens de controle kon de chauffeur geen document tonen met de actuele hoeveelheid, maar wel een berekening overleggen op basis van de oorspronkelijke hoeveelheid en de deellossingen onderweg, waarvan de hoeveelheden op de vervoersdocumenten stonden vermeld. Het hof onderzocht of de regelgeving vereist dat te allen tijde een document met de actuele hoeveelheid aanwezig moet zijn, of dat deze uit de aanwezige documenten eenvoudig kan worden afgeleid.
Het hof concludeerde dat de regelgeving niet voorschrijft dat een dergelijk actueel document verplicht is, mits de actuele hoeveelheid eenvoudig uit de vervoersdocumenten kan worden opgemaakt. De handelwijze van de verdachte voldeed aan deze eis. Daarom sprak het hof de verdachte vrij. Het hof benadrukte dat het doel van de regelgeving is dat bij calamiteiten snel en eenvoudig de hoeveelheid gevaarlijke stof kan worden vastgesteld, en adviseerde chauffeurs daarom een lijst bij te houden van de resterende hoeveelheden na elke deellossing.