ECLI:NL:GHAMS:2022:1979
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zorgregeling, vakantieverdeling, hoofdverblijfplaats en verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding
De zaak betreft een hoger beroep over diverse geschilpunten na ontbinding van het huwelijk van partijen in gemeenschap van goederen. De kern van het geschil betreft de zorgregeling voor de minderjarige kinderen, de verdeling van vakanties, de hoofdverblijfplaats van de kinderen, de afgifte van een paspoort en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
De vrouw maakte zich zorgen over de psychische gesteldheid van de kinderen bij de man en verzette zich tegen uitbreiding van de zorgregeling. De man en de betrokken instanties, waaronder de gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming, stelden dat de uitbreiding verantwoord was. Het hof oordeelde dat de uitbreiding van de zorgregeling per 28 april 2022 zonder opbouwregeling moest plaatsvinden.
Verder stelde het hof een gedetailleerde vakantieverdeling vast, waarbij de kinderen zoveel mogelijk tegelijk bij de man verblijven, en wees het verzoek van de vrouw af om de vakanties minder strak te regelen. De hoofdverblijfplaats van een van de kinderen werd bij de man bekrachtigd. De vrouw werd veroordeeld het paspoort van dit kind aan de man te verstrekken, met een dwangsom bij niet-nakoming.
Ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap oordeelde het hof dat de Kia niet tot de gemeenschap behoort en wijzigde de waardering van de Audi-auto's, wat leidde tot een betalingsverplichting van de man aan de vrouw wegens overbedeling. Het verzoek van de vrouw tot schorsing van de beschikking werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de uitbreiding van de zorgregeling, stelt een gedetailleerde vakantieverdeling vast, bekrachtigt de hoofdverblijfplaats van een kind bij de man, veroordeelt tot afgifte van het paspoort met dwangsom en wijzigt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.