De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf en voorwaardelijke hechtenis wegens diefstal van elektriciteit en het aanwezig hebben van hennepplanten. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en veroordeelde de verdachte opnieuw tot een taakstraf. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor het onderdeel diefstal elektriciteit en verwees de zaak terug.
Na hernieuwd onderzoek sprak het hof de verdachte vrij van de diefstal van elektriciteit, omdat het bewijs daarvoor niet wettig en overtuigend was. De enkele betrokkenheid bij de hennepkwekerij was onvoldoende om diefstal te bewijzen.
Voor het aanwezig hebben van een hennepplantage met 155 planten werd de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur met een proeftijd van 2 jaar. Het hof hield rekening met het brandgevaar, de maatschappelijke gevolgen van hennepteelt en de positieve persoonlijke ontwikkelingen van de verdachte. De taakstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.